keyboard_arrow_up

Wat bezielt mijn ik

Over de ziel als spiegel van ons brein – tussen wetenschap en eeuwenoude overtuigingen
 Joris Teuwen donderdag 29 januari 8 min. leestijd CVR Magazine/AI
De vraag naar wat de ziel (de "ik") is, behoort tot de oudste en meest intrigerende van de filosofie en religie. Eeuwenlang werd aangenomen dat de ziel een zelfstandige entiteit is, los van het lichaam, een onsterfelijke kern die ons wezen overstijgt. In veel religieuze tradities leeft dit idee nog steeds voort. Toch wijst de moderne wetenschap in een andere richting: bewustzijn en geestelijke ervaringen blijken nauw verweven met de activiteit van het brein.
Simulatie van hersenactiviteit (foto: Darpa - bewerkt)

De ziel als product van hersenactiviteit

Neurowetenschappelijk onderzoek laat overtuigend zien dat bewustzijn en geestelijke ervaringen samenhangen met activiteit in het brein.
Metingen
Deze metingen vinden plaats via bijvoorbeeld MRI, EEG en intracraniële registraties. Dit zijn technieken voor het in kaart brengen van hersenactiviteit. MRI toont anatomische structuren, EEG meet elektrische activiteit via de hoofdhuid, en intracraniële (iEEG/stereo-EEG) registratie is in staat om nauwkeurig de elektrische activiteit in de hersenen te meten.
tonen dat specifieke patronen van neurale activiteit corresponderen met waarneming, geheugen en emotie.

Dat inzicht komt niet voort uit één enkel experiment, maar uit een brede waaier aan onderzoeken die elkaar steeds opnieuw bevestigen. Wanneer bepaalde hersengebieden beschadigd raken, verdwijnen specifieke mentale vermogens: taal valt stil, persoonlijkheid verandert, herkenning stokt. Het zijn geen willekeurige verliezen, maar precies die functies waarvan bekend is dat ze in die gebieden worden verwerkt. Ook chemische beïnvloeding laat zien hoe nauw geest en brein verweven zijn. Middelen die de activiteit van neuronen versterken of juist onderdrukken, veranderen direct de structuur van gedachten, emoties en waarnemingen.
Daarnaast tonen studies naar slaap, coma en anesthesie dat bewustzijn gradueel vervaagt wanneer de samenwerking tussen hersengebieden afneemt. Zodra die samenwerking weer toeneemt, keert het bewustzijn terug. Bij hersendood gebeurt het omgekeerde: alle activiteit valt stil, en met die stilte verdwijnt ook elke vorm van ervaring. Onderzoek naar bijna-doodervaringen laat zien dat de laatste flikkeringen van een stervend brein nog intense sensaties kunnen oproepen, maar dat deze verdwijnen zodra de neurale activiteit volledig stopt.
Zelfs de ontwikkeling van kinderen en de achteruitgang bij dementie laten zien hoe bewustzijn groeit en krimpt met de staat van het brein. En wanneer onderzoekers hersengebieden kunstmatig stimuleren, kunnen zij gedachten, herinneringen of intenties oproepen die zonder die stimulatie niet zouden bestaan. In al deze gevallen verandert de geest precies in de mate waarin het brein verandert. Deze onderzoeksresultaten leiden tot de conclusie dat zonder hersenactiviteit ook het bewustzijn verdwijnt.

Waar de wetenschap dus duidelijkheid biedt, is in het aantonen van correlaties tussen hersenprocessen en mentale ervaringen. Wat controversiëler zijn de
verklarende modellen
  • Global Neuronal Workspace Theory (GNWT): stelt dat bewustzijn ontstaat wanneer informatie gedeeld wordt in een netwerk van hogere hersengebieden. Er is veel empirische steun voor het idee dat frontale en pariëtale gebieden betrokken zijn, maar de theorie wordt bekritiseerd omdat ze niet alle vormen van bewustzijn kan verklaren.
  • Integrated Information Theory (IIT): legt de nadruk op de mate waarin informatie geïntegreerd is in hersennetwerken. Het model is invloedrijk, maar ook controversieel omdat het moeilijk toetsbaar is en soms meer filosofisch dan empirisch lijkt.
die proberen te beschrijven hoe bewustzijn precies ontstaat, geen van deze modellen is volledig sluitend. Het is daarentegen wel duidelijk dat de ziel – opgevat als bewustzijn en persoonlijkheid – niet los kan staat van het brein, maar hoe subjectieve ervaringen uit neurale processen voortkomen, blijft een open vraag.
De dood van Socrates, een schilderij uit 1787 van Jacques-Louis David waarop Socrates op het punt staat om zijn gifbeker te drinken, waarbij hij spreekt over de onsterfelijkheid van de ziel. Aan de voet van het bed zit Plato, die niet aanwezig was bij Socrates' dood, maar wiens beschrijving in het schilderij nauwgezet wordt gevolgd.

Het dualisme

Tegenover de neurowetenschappelijke benadering staan meer religieuze en spirituele tradities die de ziel zien als iets dat het lichaam overstijgt. In christelijke, islamitische en hindoeïstische opvattingen wordt de ziel vaak voorgesteld als een onsterfelijke kern die na de dood voortleeft. Ook binnen filosofische stromingen is de gedachte dat de ziel losstaat van het lichaam diep verankerd.

De oudheid

Het idee dat de ziel een zelfstandige, onstoffelijke entiteit is, komt voort uit eeuwenoude filosofische en religieuze tradities.
Plato
Plato (ca. 427–347 v. Chr.) was een invloedrijke Griekse filosoof, leerling van Socrates en de leermeester van Aristoteles. Hij legde de fundamenten voor de westerse filosofie door zijn werken in dialoogvorm te schrijven, waarin Socrates meestal het centrale personage is.
beschouwde de ziel als een onsterfelijke kern van de mens, los van het lichaam. In zijn dialoog
Faidon
stelt hij dat het lichaam een kerker is waaruit de ziel bij de dood bevrijd wordt. De ziel is volgens hem de bron van rede, moraal en kennis, en leeft voort in de wereld van ideeën.
Aristoteles
Aristoteles (384–322 v.Chr.) was een Griekse filosoof en wetenschapper die wordt beschouwd als een van de meest invloedrijke denkers uit de westerse geschiedenis. Hij was een leerling van Plato aan de Academie, maar ontwikkelde een eigen systeem dat de basis legde voor de moderne wetenschappelijke methode.
maakte onderscheid tussen vegetatieve, sensitieve en intellectuele zielen. Hoewel hij de ziel als functie van het lichaam zag, bleef het idee van een aparte geestelijke component bestaan.
In het christendom werd de ziel vanaf de vroege middeleeuwen gezien als een door God geschonken, eeuwige entiteit. Dit werd concreet toen
Thomas van Aquino
Thomas van Aquino (ca. 1225–1274) was een Italiaans lid van de dominicaanse kloosterorde, theoloog en filosoof die bekendstaat als de belangrijkste systematische denker van de middeleeuwen. Hij bracht een monumentale synthese tot stand tussen de filosofie van Aristoteles en de christelijke leer.
in zijn filosofie een unieke synthese tot stand bracht tussen christelijke theologie en het aristotelische denken. In zijn visie is de ziel geen losstaande, immateriële entiteit zoals bij Plato, maar de vorm van het lichaam: het principe dat leven, denken en handelen mogelijk maakt. Hij nam Aristoteles’ idee over dat de ziel het lichaam bezielt, maar voegde daaraan toe dat de menselijke ziel ook een rationeel en onsterfelijk aspect heeft, geschapen door God. Dit sluit aan op
Genesis
Genesis is het eerste boek van de Hebreeuwse Bijbel (het oude testament in de Katholieke Bijbel). De Hebreeuwse aanduiding בראשית, Beresjiet betekent "in het begin" en volgt de traditie om de boeken aan te duiden met het eerste woord ervan; in het Nederlands begint het boek met de zin: "In het begin schiep God de hemel en de aarde".
, waarin God de levensadem in Adam blies, wat werd geïnterpreteerd als het moment waarop de ziel ontstond. Ook in islamitische en joodse tradities leeft het idee van een door God gegeven ziel die het lichaam overstijgt.
Uitsnede van het schilderij Vlucht naar de hemel van Jeroen Bosch uit het begin van de 16e eeuw.

Bijna-doodervaringen

Er zijn ook moderne varianten van het dualisme, waarin bijna-doodervaringen worden aangehaald als bewijs dat de geest buiten het lichaam kan bestaan. Mensen vertellen over tunnels van licht, ontmoetingen met overleden dierbaren of een gevoel van loskomen van het lichaam. Onderzoek wijst echter op verklaringen binnen het brein. Zuurstoftekort, verstoringen in de neurotransmitters en abnormale elektrische activiteit kunnen hallucinaties en intense ervaringen oproepen. Zodra hersenactiviteit volledig stopt, verdwijnt ook het bewustzijn. Er is geen wetenschappelijk bewijs dat de geest los van het lichaam blijft voortbestaan. Dat mensen na een verlies toch ervaren dat een overledene nabij is, kan worden gezien als een psychologisch na-ijl effect: herinneringen en emoties resoneren door en geven het gevoel dat iemand nog aanwezig is. Het is niet een rondwarende geest die invloed uitoefent, maar de echo van gevoelens die in onszelf blijven bestaan.

De hersenen als antenne

Binnen het dualisme bestaat er een theorie die stelt dat het bewustzijn niet in het brein ontstaat, maar dat de hersenen functioneren als een soort antenne die signalen opvangt uit een groter, universeel bewustzijnsveld. In deze visie is het individu geen afgesloten systeem, maar een ontvanger die slechts een klein deel van een veel breder bewustzijn kan “tunen”.
Volgens
voorstanders
Hoe wel fictief, maar in het boek Het ultieme geheim van Dan Brown staat wetenschapper Katherine Solomon op het punt een explosief boek te presenteren waarvan de inhoud wereldschokkende ontdekkingen bevat omtrent het menselijk bewustzijn; ontdekkingen die eeuwenlang gevestigde opvattingen en geloofsovertuigingen onderuit zullen halen.
hebben we in de loop van de evolutie en de cultuur geleerd om vooral die informatie door te laten die nodig is om te overleven. Het bewustzijn dat wij ervaren, zou daardoor een sterk gefilterde versie zijn van een veel ruimer geheel. Hallucinogene middelen worden binnen deze theorie gezien als stoffen die de filtering tijdelijk verminderen, waardoor mensen het gevoel krijgen toegang te hebben tot een dieper of breder bewustzijn.
Hoewel deze gedachte aantrekkelijk is en aansluit bij spirituele tradities en persoonlijke ervaringen, ontbreekt wetenschappelijk bewijs dat bewustzijn buiten het brein bestaat. De ervaringen die als “universeel” worden geïnterpreteerd, kunnen ook worden verklaard door veranderingen in neurale activiteit.

De ziel en verantwoordelijkheid

Hoewel neurowetenschappen overtuigend laten zien dat de ziel voortkomt uit hersenactiviteit, betekent dit niet dat de ziel in menselijke ervaring minder werkelijk is. Het bewustzijn, de persoonlijkheid en het gevoel van een “ik” zijn geen meetbare entiteiten op zichzelf, maar ze vormen wel de kern van hoe ieder mens zichzelf en de wereld ervaart. Niemand ontkent dat hij denkt, voelt en handelt – en daarmee dat er een ziel of geest aanwezig is.
De filosoof René Descartes twijfelde aan alles, maar concludeerde uiteindelijk: cogito, ergo sum – ik denk, dus ik ben. Dit inzicht onderstreept dat het bestaan van de ziel niet afhankelijk is van
metafysische aannames
,
Metafysische aannames zijn fundamentele, vaak onbewuste overtuigingen over de aard van de werkelijkheid die niet direct via zintuiglijke ervaring te bewijzen zijn, zoals het bestaan van een objectieve buitenwereld, causaliteit, tijd en de relatie tussen geest en materie. Ze vormen de basis voor wetenschap en filosofie, en sturen onze ervaring.
maar van de onmiskenbare ervaring van het denken zelf.
De ziel en het persoon zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Omdat de ziel voortkomt uit het brein, is zij niet los te koppelen van het lichaam. Tegelijkertijd geeft zij vorm aan de unieke persoonlijkheid van ieder mens.
Dit maakt dat een persoon ook onlosmakelijk verantwoordelijk is voor zijn of haar daden. De ziel is geen abstract idee, maar een concreet vermogen tot bewustzijn, keuze en handelen.
Juist door het hebben van een ziel – opgevat als geest en persoonlijkheid – is de mens in staat tot interactie met anderen. Het bewustzijn stelt ons in staat om signalen te interpreteren, emoties te delen en kennis over te dragen. In die uitwisseling ontstaat cultuur, gemeenschap en voortbestaan. De ziel is dus niet alleen een individueel fenomeen, maar ook een sociaal instrument dat ons verbindt met anderen.

De ziel mag dan een product zijn van hersenactiviteit, zij is tegelijk de kern van menselijke beleving en verantwoordelijkheid. Zij maakt ons tot personen die kunnen denken, voelen en handelen, en die door interactie met anderen betekenis geven aan hun bestaan. Daarmee is de ziel niet slechts een biologisch verschijnsel, maar ook de bron van onze menselijke waardigheid.
Dit artikel verscheen 2 weken geleden voor het eerst. De laatste
aanpassingen
Bij aanpassingen moet gedacht worden aan het herstellen van taalfouten, kromme zinnen, feitelijke onjuistheden en verbroken hyperlinks.
werden 13 dagen geleden doorgevoerd. Mocht je onverhoopt een onvolkomenheid zien, neem dan contact met ons op door middel van onderstaande knop.
Mail de redactie