keyboard_arrow_up

Hergé

Hoe een jonge Brusselse tekenaar uitgroeide tot een van de invloedrijkste beeldverhalenmakers van de twintigste eeuw.
 30 maart 2011 5 min. leestijd schermopname
De naam Hergé (speudoniem voor Georges Rémi) roept onmiddellijk een wereld op: strakke contouren, heldere kleuren, een journalist die nooit een artikel schrijft maar wel overal ter wereld in intriges verzeild raakt, en een tekenstijl die inmiddels een eigen leven is gaan leiden. De klare lijn is vandaag een begrip, een esthetisch principe, een school. Maar ooit was het slechts de intuïtieve keuze van een jonge tekenaar die orde wilde scheppen in een chaotische wereld.
Dat
Hergé
Lees meer over Hergé en Kuifje op TinTin.com
een van de grote vernieuwers van het Europese beeldverhaal is, staat buiten kijf. Maar zijn oeuvre is ook een spiegel van zijn tijd, inclusief de schaduwen daarvan. De ontwikkeling van zijn stijl, zijn verhalen en zijn morele positie loopt parallel aan de turbulente geschiedenis van de twintigste eeuw.
Kuifje ziet een tekening van zichzelf in The Adventures of Tintin: The Secret of the Unicorn (foto: Schermopname)

De geboorte van de klare lijn

De
klare lijn
De klare lijn is een tekenstijl met strakke contourlijnen, egale kleurvlakken en een consequente, heldere compositie. Ze werd door Hergé ontwikkeld en groeide uit tot een stroming met volgers zoals bijvoorbeeld Joost Veerkamp en Joost Swarte.
is inmiddels zo vanzelfsprekend dat het moeilijk voor te stellen is hoe radicaal ze ooit was. In de jaren twintig en dertig domineerden in Europa nog de drukke krantenstrips, vol arceringen, schaduwen en visuele ruis. Hergé koos het tegenovergestelde: strakke, gelijkmatige contourlijnen, egale kleurvlakken en een bijna architectonische helderheid in de compositie. Zijn pagina’s ademen daardoor rust en overzicht.
Deze scène toont de typische klare lijn: strakke contouren, egale vlakken en een filmische compositie die de actie helder en ritmisch in beeld brengt.
© Hergé / Moulinsart

De vriend die alles veranderde

Een van de belangrijkste momenten in Hergés artistieke ontwikkeling is de ontmoeting met Zhang Chongren (door Hergé 'Chang Chong-chen' genoemd), een Chinese kunststudent die in Brussel studeerde. De twee werden vrienden en Zhang stond model voor Tchang, een personage in De Blauwe Lotus. Daarnaast werd Zhang een moreel kompas voor Hergé.
Zhang Chongren in Shanghai in 1935 (foto: Wikipedia - bewerkt)
Zhang confronteerde hem met de clichés en koloniale vooroordelen die in Kuifje in Afrika en Kuifje in Amerika nog volop aanwezig waren. Hergé luisterde. Hij herschreef De Blauwe Lotus radicaal, maakte het verhaal historisch accuraat en politiek geladen, en brak met de gemakzuchtige stereotypen van zijn eerdere werk. Het was een keerpunt: voor het eerst werd Kuifje niet alleen een avonturier, maar ook een getuige van wereldpolitiek.
De vriendschap met Zhang bleef Hergé zijn hele leven achtervolgen; in positieve zin. Zo bracht Zhang de Chinese kultuur aan Hergé over en leerde hem technieken van de Chines schilderkunst. Toen Zhang tijdens
de Culturele Revolutie verdween
,
Zhang verdween tijdens de Culturele Revolutie omdat hij, zoals miljoenen anderen, slachtoffer werd van de politieke zuiveringen en sociale ontwrichting die China in de jaren zestig teisterden. Intellectuelen, kunstenaars en iedereen met buitenlandse contacten werden gezien als verdacht, en Zhang, die in Europa had gestudeerd en bevriend was met een westerse kunstenaar, viel precies in die categorie. Hij werd naar het platteland gestuurd voor “heropvoeding”, verloor zijn vrijheid en verdween voor de buitenwereld uit beeld.
tekende Hergé Kuifje in Tibet , misschien wel zijn meest persoonlijke album waarin Tchang in Tibet verdwijnt.
De zoektocht naar Zhang bleef voor Hergé jarenlang een open wond. Hij wist dat zijn vriend de Culturele Revolutie had overleefd, maar waar Zhang precies was en hoe het hem verging, bleef onduidelijk. Pas in 1981, na bijna een halve eeuw van stilte, kwam er beweging in de zaak. Dankzij diplomatieke inspanningen, internationale aandacht en de vasthoudendheid van Hergé zelf kreeg Zhang toestemming om naar Europa te reizen en zag Hergé zijn vriend eindelijk terug.

Geen heilige

Hergé was geen heilige. Hij was een man van zijn tijd, gevormd door de katholieke jeugdbeweging, door de koloniale blik van het interbellum, door de propaganda van de jaren dertig. De vroege albums bevatten racistische stereotypen die vandaag onverteerbaar zijn. Dat is geen detail, maar een wezenlijk onderdeel van zijn erfenis.
Toch is het te eenvoudig om Hergé te reduceren tot die fouten. Zijn oeuvre toont een duidelijke ontwikkeling: van koloniale naïviteit in de eerste albums naar scherpe kritiek op het communisme in De Scepter van Ottokar en De zaak Zonnebloem en eerder een kritische houding tegenover Japan in De Blauwe Lotus , waar hij
de invasie van Mantsjoerije
Japan bezette Mantsjoerije in 1931 na een geënsceneerd incident. Hergé verwerkte deze actualiteit in De Blauwe Lotus en koos daarmee voor een ongewoon scherpe politieke stellingname.
aanklaagt.

De aantrekkingskracht van het avontuur

Naast stijl en moraliteit is er natuurlijk nog iets anders dat Kuifje tot een wereldwijd fenomeen maakt: de verhalen. Hergé had een feilloos gevoel voor ritme, suspense en humor. Zijn albums lezen als strak gecomponeerde avonturenfilms op papier, waarin cliffhangers precies op het juiste moment vallen, bijfiguren onvergetelijk zijn en de wereld tegelijk realistisch en licht absurd aanvoelt. Het tempo zakt nooit in; elke scène duwt de lezer vooruit, elke pagina opent een nieuwe deur.
De verhalen zijn geworteld in de actualiteit van hun tijd — van de oliepolitiek in het Midden-Oosten tot de wapenwedloop, van de opkomst van totalitaire regimes tot de eerste maanreizen (voordat ze daadwerkelijk plaatsvonden). Maar ze overstijgen die context door hun helderheid en menselijkheid. Kuifje reist door de wereld, maar blijft altijd herkenbaar: nieuwsgierig, moedig, soms naïef, maar altijd optimistisch.

De erfenis van Hergé

Toen Hergé in 1983 overleed, liet hij een testament na dat even helder en principieel was als zijn tekenstijl. Hij bepaalde dat er na zijn dood geen nieuwe Kuifje‑albums meer mochten verschijnen. Geen pastiches, geen vervolgdelen, geen commerciële uitbouw van het universum zonder zijn hand. Het was een rigoureuze keuze, ingegeven door zijn overtuiging dat Kuifje een afgerond oeuvre was, een persoonlijke creatie die niet door anderen mocht worden voortgezet. Zijn weduwe Fanny Rodwell en de stichting Moulinsart bewaken dat testament met grote strengheid. Ze treden op tegen ongeautoriseerd gebruik van personages, beelden of stijlelementen, en grijpen juridisch in wanneer de nalatenschap dreigt te verwateren. Voor sommigen voelt die waakzaamheid streng, maar vanuit het perspectief van de erfgenamen is het een manier om de integriteit van Hergés werk te beschermen: de klare lijn mag dan helder zijn, maar ze is ook kwetsbaar voor imitatie, misbruik en commerciële uitbuiting.

Bibliografie

Dit artikel verscheen 15 jaar geleden voor het eerst. De laatste
aanpassingen
Bij aanpassingen moet gedacht worden aan het herstellen van taalfouten, kromme zinnen, feitelijke onjuistheden en verbroken hyperlinks.
werden 3 maanden geleden doorgevoerd. Mocht je onverhoopt een onvolkomenheid zien, neem dan contact met ons op door middel van onderstaande knop.
Mail de redactie